kalenderjaar

Betekenis kalenderjaar

een periode van twaalf maanden die begint op 1 januari en eindigt op 31 december.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met kalenderjaar

Het belastingaangifteformulier moet aan het einde van het kalenderjaar worden ingediend.

Uitspraak (fonetisch)

ka-len-der-jaar (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: ka-len-der-jaar

Synoniemen

  • jaartal
  • jaar
  • twaalf maanden

Woorden die beginnen of eindigen met "kalenderjaar"

  • schoolkalenderjaar
  • kalenderjaarbasis
  • boekjaar
  • academisch jaar

Etymologie

Het woord 'kalenderjaar' stamt uit het Latijnse 'calendarium', wat 'rekeningboek' betekent, gecombineerd met het Germaanse 'jaar'.

Veelgestelde vragen

  • Wat is het verschil tussen een kalenderjaar en een fiscaal jaar?
    Een kalenderjaar loopt van 1 januari tot 31 december, terwijl een fiscaal jaar of boekjaar op elk moment kan beginnen en eindigen op een andere datum dan 31 december.
  • Hoeveel dagen zitten er in een kalenderjaar?
    Een standaard kalenderjaar bestaat uit 365 dagen, behalve in een schrikkeljaar, dat 366 dagen heeft.
  • Waarom is 1 januari het begin van het kalenderjaar?
    Historisch gezien markeerde 1 januari het begin van het nieuwe jaar volgens de Gregoriaanse kalender, die in 1582 werd ingevoerd door paus Gregorius XIII.
  • Wat is een schrikkeljaar?
    Een schrikkeljaar is een jaar dat een extra dag aan februari toevoegt, dat wil zeggen 29 dagen in plaats van de gebruikelijke 28, om de kalender in lijn te houden met de astronomische of seizoencyclus.
  • Hoe wordt de term 'kalenderjaar' gebruikt in de boekhouding?
    In de boekhouding verwijst het kalenderjaar naar de periode waarvoor de financiële prestaties worden berekend en gerapporteerd.