aanval

Betekenis aanval

Een plotselinge en krachtige actie tegen een persoon, groep of object, vaak met fysieke middelen; een ziekte-episode of -uitbraak.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met aanval

Tijdens de voetbalwedstrijd opende het team de aanval in de eerste minuut.

Uitspraak (fonetisch)

ˈaan.val (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: aan-val

Synoniemen

  • bestorming
  • uitval
  • slagen

Woorden die beginnen of eindigen met "aanval"

  • aanvalsgolf
  • aanvalsplan
  • tegenaanval

Etymologie

Het woord 'aanval' is afgeleid van het Nederlandse werkwoord 'aanvallen', dat zijn oorsprong vindt in het Oudnederlandse 'aval', met de oorspronkelijke betekenis van 'naar beneden vallen' of 'vallen op'.

Veelgestelde vragen

  • Wat is een andere betekenis van 'aanval'?
    Naast een fysieke aanval, kan 'aanval' ook verwijzen naar een plotselinge episode van ziekte, zoals een astma-aanval.
  • Hoe kun je aanval in een zin gebruiken?
    Een voorbeeldzin is: 'De aanval op het kasteel begon bij zonsopgang.'
  • Wat is het verschil tussen een aanval en een uitval?
    Een aanval is over het algemeen een planmatige aanval op een doelwit, terwijl een uitval vaak onverwacht en impulsief is.
  • Wordt 'aanvallen' gebruikt als werkwoord?
    Ja, 'aanvallen' is het werkwoordsvorm van 'aanval' en betekent het uitvoeren van een aanval.
  • Is 'aanval' alleen een militair begrip?
    Nee, 'aanval' kan ook in andere contexten worden gebruikt, zoals bij sport of medische episodes.