trainer

Betekenis trainer

Iemand die anderen traint, vaak in een sportieve of educatieve context.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met trainer

De trainer motiveerde het team om tot het uiterste te gaan tijdens de wedstrijd.

Uitspraak (fonetisch)

ˈtreːnər (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: trai-ner

Synoniemen

  • coach
  • instructeur
  • begeleider

Woorden die beginnen of eindigen met "trainer"

  • trainingsschema
  • trainingspak
  • fitnesstrainer

Etymologie

Afgeleid van het Engelse woord 'train', dat 'opleiden' of 'oefenen' betekent.

Veelgestelde vragen

  • Wat doet een trainer precies?
    Een trainer begeleidt en motiveert mensen om hun vaardigheden te verbeteren in een specifieke discipline, zoals sport of onderwijs.
  • Is er een verschil tussen een trainer en een coach?
    Hoewel de termen vaak door elkaar worden gebruikt, richt een coach zich meer op het mentale aspect, terwijl een trainer zich richt op fysieke en technische vaardigheden.
  • Heb je een opleiding nodig om een trainer te worden?
    Ja, meestal is een specifieke opleiding of certificaat vereist, afhankelijk van de discipline waarin je traint.
  • Kunnen trainers ook in niet-sportieve contexten werken?
    Ja, trainers kunnen ook werkzaam zijn in zakelijke of educatieve contexten, zoals in bedrijfstrainingen of taalonderwijs.
  • Wat is het verschil tussen een personal trainer en een sportteamtrainer?
    Een personal trainer werkt individueel met cliënten aan persoonlijke fitnessdoelen, terwijl een sportteamtrainer zich richt op het verbeteren van de vaardigheden en prestaties van een gehele groep atleten.