apparatuur

Betekenis apparatuur

Een verzamelnaam voor al het materieel en gereedschap dat nodig is voor een bepaalde activiteit of functie.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met apparatuur

De technicus heeft alle apparatuur gecontroleerd voordat de productie begon.

Uitspraak (fonetisch)

/ˌɑpɑraːˈtyːr/ (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: ap-pa-ra-tuur

Synoniemen

  • uitrusting
  • apparaat
  • materieel

Woorden die beginnen of eindigen met "apparatuur"

  • apparatuurindustrie
  • stroomapparatuur
  • laboratoriumapparatuur

Etymologie

Het woord 'apparatuur' komt uit het Frans 'appareillage', dat 'uitrusting' betekent. Het heeft zijn oorsprong in het werkwoord 'appareiller', dat 'uitrusten' betekent.

Veelgestelde vragen

  • Is 'apparatuur' enkelvoud of meervoud?
    Het is een verzamelnaam in het enkelvoud, maar verwijst naar meerdere apparaten.
  • Wat is het verschil tussen 'apparaat' en 'apparatuur'?
    'Apparaat' verwijst naar één enkel toestel, terwijl 'apparatuur' een verzameling van toestellen of instrumenten is.
  • Kan 'apparatuur' betrekking hebben op software?
    Nee, 'apparatuur' verwijst meestal naar fysieke, tastbare apparaten of materieel.
  • Wordt 'apparatuur' vaak gebruikt in technische contexten?
    Ja, het wordt vaak gebruikt in technische en industriële contexten om een verzameling van tools en machines te beschrijven.
  • Hoe kan ik 'apparatuur' in een zin gebruiken?
    Een voorbeeld is: 'De apparatuur in de operatiekamer moet dagelijks worden gecontroleerd.'