april

Betekenis april

De vierde maand van het jaar volgens de Gregoriaanse kalender, die 30 dagen telt.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met april

In april begint de lente pas echt goed door te zetten.

Uitspraak (fonetisch)

/ɑˈprɪl/ (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: ap-ril

Synoniemen

  • lentenmaand

Woorden die beginnen of eindigen met "april"

  • aprilgrap
  • aprilweer
  • aprilse

Etymologie

Het woord 'april' is afgeleid van het Latijnse 'Aprilis', mogelijk van het werkwoord 'aperire' dat 'openen' betekent, waarschijnlijk een verwijzing naar het openen van de bloemknoppen en het begin van de lente.

Veelgestelde vragen

  • Wat is de oorsprong van de naam 'april'?
    De naam 'april' komt van het Latijnse 'Aprilis', mogelijk afgeleid van 'aperire' wat 'openen' betekent, een verwijzing naar het openen van bloemen in de lente.
  • Hoeveel dagen heeft april?
    April heeft 30 dagen.
  • Wat voor weer kun je verwachten in april?
    April kan variabel weer hebben, van milde temperaturen tot regenachtige dagen, omdat het de overgangsperiode van de winter naar de lente is.
  • Welke bekende feestdagen vallen er in april?
    In april valt vaak de Goede Week met Pasen, maar ook Koningsdag (27 april) in Nederland.
  • Hoe zeg je april in het Engels?
    In het Engels wordt 'april' vertaald naar 'April'.