fiksen

Betekenis fiksen

Iets regelen, oplossen of herstellen.

Woordsoort

werkwoord

Voorbeeldzin met fiksen

Hij wist de kapotte computer binnen een uur te fiksen.

Uitspraak (fonetisch)

ˈfɪksən (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: fik-sen

Synoniemen

  • repareren
  • regelen
  • herstellen

Woorden die beginnen of eindigen met "fiksen"

  • fikse
  • fiksheid
  • gefikst

Etymologie

Afkomstig uit het Engels 'to fix', dat 'vastmaken' of 'repareren' betekent. Het woord is via informele Nederlandse taal overgenomen.

Veelgestelde vragen

  • Is 'fiksen' een formeel of informeel woord?
    'Fiksen' wordt vaak informeel gebruikt in het Nederlands.
  • Heeft 'fiksen' altijd een positieve connotatie?
    'Fiksen' kan zowel positieve als neutrale connotaties hebben, afhankelijk van de context.
  • Kan 'fiksen' ook verwijzen naar overeenkomsten regelen?
    Ja, 'fiksen' kan ook betekenen dat men afspraken of deals regelt.
  • Wordt 'fiksen' vaker gebruikt in gesproken of geschreven taal?
    'Fiksen' wordt vaker gebruikt in gesproken taal dan in formele geschreven teksten.
  • Is 'fiksen' een leenwoord?
    Ja, 'fiksen' is een leenwoord uit het Engels.