flashen

Betekenis flashen

Het kortstondig tonen of laten zien meestal met betrekking tot een helder licht of als straattaal voor indruk maken.

Woordsoort

werkwoord

Voorbeeldzin met flashen

Tijdens de motorrit begon zijn camera te flashen om de snelheidsovertreding vast te leggen.

Uitspraak (fonetisch)

/ˈflɛʃə(n)/ (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: flas-hen

Synoniemen

  • flitsen
  • schitteren
  • pronken

Woorden die beginnen of eindigen met "flashen"

  • flashback
  • flashforward
  • flashmob

Etymologie

Afgeleid van het Engelse woord 'flash', wat flitsen betekent. Het woord is overgenomen in het Nederlands als een leenwoord.

Veelgestelde vragen

  • Is 'flashen' een officieel Nederlands woord?
    Ja, 'flashen' is een leenwoord uit het Engels en wordt in de Nederlandse spreektaal gebruikt.
  • Kan 'flashen' figuurlijk gebruikt worden?
    Ja, in informele spreektaal kan 'flashen' ook gebruikt worden om indruk te maken of te pronken.
  • Wat is het verschil tussen 'flashen' en 'flitsen'?
    Beide woorden kunnen verwijzen naar het kortstondig laten oplichten, maar 'flashen' wordt vaker in informele contexten gebruikt, terwijl 'flitsen' meer algemeen en formeel is.
  • Wordt 'flashen' met licht alleen in verkeerscontext gebruikt?
    Nee, 'flashen' kan ook gebruikt worden in andere contexten waar een kortstondige lichtflits plaatsvindt, zoals fotografie.
  • Is er een negatieve connotatie aan 'flashen' in straattaal?
    Het kan een negatieve connotatie hebben wanneer het wordt gebruikt om te beschrijven dat iemand te veel opschept of pronkt.