gemenerik

Betekenis gemenerik

persoon die gemeen is, iemand die kwaad in de zin heeft of boosaardig is

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met gemenerik

Hij gedroeg zich als een echte gemenerik door zijn vriend te verraden.

Uitspraak (fonetisch)

ɣəˈmeːnəˌrɪk (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: ge·me·ne·rik

Synoniemen

  • schurk
  • boef
  • slechterik

Woorden die beginnen of eindigen met "gemenerik"

  • gemene
  • gemene streek
  • gemeneriken

Etymologie

Afgeleid van het Nederlandse woord 'gemeen', wat boos of slecht betekent, met het achtervoegsel '-rik' om een persoon of karakter aan te duiden.

Veelgestelde vragen

  • Wat betekent het woord 'gemenerik'?
    Het verwijst naar iemand die gemeen of boosaardig is.
  • Is 'gemenerik' een positief of negatief woord?
    'Gemenerik' is een negatief woord omdat het een persoon beschrijft die kwaadwillig is.
  • Hoe gebruik ik 'gemenerik' in een zin?
    Je kunt het gebruiken om iemand te beschrijven die zich slecht gedraagt, bijvoorbeeld: 'Hij is echt een gemenerik voor wat hij heeft gedaan.'
  • Wat zijn synoniemen voor 'gemenerik'?
    Synoniemen zijn onder andere schurk, boef en slechterik.
  • Waar komt het woord 'gemenerik' vandaan?
    Het komt van het Nederlandse woord 'gemeen' met het achtervoegsel '-rik'.