juich

Betekenis juich

Het uiten van vreugde of enthousiasme vaak door middel van luid gejuich.

Woordsoort

werkwoord

Voorbeeldzin met juich

De fans juichen luid als hun team scoort.

Uitspraak (fonetisch)

/jœyχ/ (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: juich (geen afbreking mogelijk)

Synoniemen

  • schreeuwen
  • jubelen
  • toejuichen

Woorden die beginnen of eindigen met "juich"

  • juichen
  • juicher
  • juichend

Etymologie

Afkomstig van het Middelnederlandse woord 'juchen', dat in de betekenis 'met vreugde uitroepen' werd gebruikt.

Veelgestelde vragen

  • Wat is de vervoeging van 'juich' in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd wordt 'juich' vervoegd als 'ik juich', 'jij/u juicht', 'hij/zij/het juicht'.
  • Is 'juich' alleen van toepassing op sportevenementen?
    'Juich' kan in vele contexten gebruikt worden waar vreugde of enthousiasme wordt getoond, niet alleen bij sportevenementen.
  • Wat is het zelfstandig naamwoord dat hoort bij 'juich'?
    Het zelfstandig naamwoord dat hoort bij 'juich' is 'gejuich'.
  • Hoe gebruik ik 'juich' in de verleden tijd?
    'Juich' wordt in de verleden tijd vervoegd als 'juichte'.
  • Is er een verschil tussen 'juichen' en 'toejuichen'?
    'Juichen' betekent algemeen uiten van vreugde, terwijl 'toejuichen' specifiek gericht is op iemand of iets aanmoedigen of prijzen.