klok
Betekenis klok
Een apparaat dat de tijd aangeeft, meestal met een wijzerplaat en wijzers of digitaal display.
Woordsoort
zelfstandig naamwoord
Voorbeeldzin met klok
De klok op de muur sloeg twaalf uur, tijd voor de lunchpauze.
Uitspraak (fonetisch)
klɔk (Wat is het fonetisch alfabet?)
Afbreekpatroon: klok (geen afbreking mogelijk)
Synoniemen
- uurwerk
- tijdmeter
- horloge
Woorden die beginnen of eindigen met "klok"
- klokhuis
- klokkenspel
- wandklok
Etymologie
Ontleend aan het Middelnederlandse ‘clocke’, uit het Oudnederlandse ‘clocco’, van het Late Latijn ‘clocca’, uit het Keltisch ‘clogan’ dat 'bel' betekent.
Veelgestelde vragen
- Wat is het verschil tussen een klok en een horloge?
Een klok is meestal een groter apparaat dat op een muur hangt of op een meubel staat, terwijl een horloge een draagbaar tijdmeter is dat je om de pols draagt. - Zijn er verschillende soorten klokken?
Ja, er zijn vele soorten klokken, zoals wandklokken, staande klokken, koekoeksklokken, en digitale klokken. - Hoe werkt een mechanische klok?
Een mechanische klok werkt via een systeem van tandwielen en veren die in beweging worden gebracht door een opwindmechanisme. - Wat is een koekoeksklok?
Een koekoeksklok is een klok die op bepaalde tijden een kleine deur opent om een mechanische koekoek te tonen en er een geluid uit te laten komen. - Waarom is het woord 'klok' gerelateerd aan het woord 'bel'?
Het woord 'klok' komt van het Keltische 'clogan', wat 'bel' betekent, omdat vroege tijdmetingsapparaten vaak werden aangeduid naar het geluid dat ze maakten, vergelijkbaar met een bel.