krokus

Betekenis krokus

Een voorjaarsbloem die behoort tot de lissenfamilie, vaak een van de eerste bloemen die bloeien in de lente.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met krokus

In het park bloeien de krokussen al vroeg in het voorjaar.

Uitspraak (fonetisch)

ˈkroː.kʏs (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: kro-kus

Synoniemen

  • saffraankrokus
  • lenteplant
  • bolgewas

Woorden die beginnen of eindigen met "krokus"

  • krokussen
  • krokusveld
  • krokusbloem

Etymologie

Het woord 'krokus' komt van het Latijnse 'crocus', dat weer afkomstig is van het Griekse 'krokos'. Het verwijst oorspronkelijk naar de gele saffraan (Crocus sativus).

Veelgestelde vragen

  • Wanneer bloeit de krokus?
    De krokus bloeit meestal in het vroege voorjaar, vaak al in februari of maart.
  • Zijn alle krokussen geel van kleur?
    Nee, krokussen kunnen verschillende kleuren hebben, waaronder paars, wit, geel en meerkleurige varianten.
  • Kunnen krokussen in het wild groeien?
    Ja, krokussen kunnen in het wild groeien, vooral in graslanden en bergachtige gebieden.
  • Hoe plant je krokusbollen?
    Krokusbollen worden in de herfst geplant op een diepte van ongeveer 5 tot 8 centimeter, met de punt omhoog.
  • Wat is het verschil tussen een krokus en een narcis?
    Krokussen en narcissen zijn beide voorjaarsbloeiers, maar narcissen zijn meestal groter, met trompetvormige bloemen, terwijl krokussen kleiner zijn en uit de lissenfamilie komen.