tiend

Betekenis tiend

Een belasting in de vorm van een tiende deel van een product of opbrengst, meestal in het kader van de kerkelijke belasting in het verleden.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met tiend

In de middeleeuwen moesten boeren een tiend van hun oogst aan de kerk afstaan.

Uitspraak (fonetisch)

[tiːnt] (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: tiend (geen afbreking mogelijk)

Synoniemen

  • tiende
  • decima
  • belasting

Woorden die beginnen of eindigen met "tiend"

  • tiendheffing
  • tienden
  • tiendschat

Etymologie

Afkomstig van het Oudnederlandse 'tiundi', dat 'tiende deel' betekent.

Veelgestelde vragen

  • Wat is het verschil tussen een tiend en een belasting?
    Een tiend is een specifieke vorm van belasting, namelijk een tiende deel van de opbrengst van een boerderij, dat aan de kerk of een religieuze instelling betaald moest worden.
  • Wordt de tiend nog steeds geheven?
    De tiend zoals die in de middeleeuwen bestond, wordt in het moderne belastingstelsel niet meer geheven.
  • Waarom werd de tiend ingevoerd?
    De tiend werd ingevoerd als een vorm van religieuze belasting om de kerkelijke instellingen financieel te ondersteunen.
  • Wie betaalde de tiend?
    De tiend werd voornamelijk door landbouwers en boeren betaald, die een tiende deel van hun landbouwopbrengst moest afstaan.
  • Is de term 'tiend' in elk Nederlands dialect bekend?
    De term 'tiend' kan in sommige dialecten minder bekend zijn, hoewel het in historische teksten vaak voorkomt.