uitroepen

Betekenis uitroepen

Luid en duidelijk iets in het openbaar bekendmaken of roepen.

Woordsoort

werkwoord

Voorbeeldzin met uitroepen

Hij besloot de nieuwe kampioen uit te roepen tijdens de ceremonie.

Uitspraak (fonetisch)

ˈœyt.rupən (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: uit•roe•pen

Synoniemen

  • verkondigen
  • declareren
  • proclameren

Woorden die beginnen of eindigen met "uitroepen"

  • uitroep
  • uitroepingsteken
  • uitroepend

Etymologie

Afgeleid van het Middelnederlandse woord 'uutrōpen', dat 'roepen' betekent, met de prefix 'uit-' die aanduidt dat iets naar buiten wordt gebracht.

Veelgestelde vragen

  • Wat betekent 'uitroepen' precies in een juridische context?
    In een juridische context kan 'uitroepen' refereren aan het officieel afkondigen van bijvoorbeeld een noodtoestand of de verkiezing van een persoon.
  • Is 'uitroepen' een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
    'Uitroepen' is een onregelmatig scheidbaar werkwoord in het Nederlands.
  • Kan 'uitroepen' synoniem zijn met 'schreeuwen'?
    'Uitroepen' kan als synoniem voor 'schreeuwen' worden gezien in de context van iets luid verkondigen, maar 'uitroepen' impliceert meestal een formele of officiële context.
  • Hoe vervoeg je 'uitroepen' in de verleden tijd?
    In de verleden tijd wordt 'uitroepen' vervoegd als 'riep uit'.
  • Wat is het verschil tussen 'uitroepen' en 'afkondigen'?
    'Uitroepen' en 'afkondigen' zijn vaak synoniemen, maar 'uitroepen' impliceert meer een publieke of ceremoniële bekendmaking, terwijl 'afkondigen' vaak gebruikelijker is voor officiële besluiten.