zus

Betekenis zus

Vrouwelijk familielid met dezelfde ouders of één van beide ouders.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met zus

Mijn zus en ik gaan vaak samen wandelen.

Uitspraak (fonetisch)

zʏs (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: zus (geen afbreking mogelijk)

Synoniemen

  • zuster
  • sibling
  • familiemeerster

Woorden die beginnen of eindigen met "zus"

  • zuster
  • zusje
  • zussen

Etymologie

Afkomstig van het Oudnederlandse 'suster', gerelateerd aan het Oudgermaanse '*swestr-'.

Veelgestelde vragen

  • Wat is de mannelijke tegenhanger van 'zus'?
    De mannelijke tegenhanger van 'zus' is 'broer'.
  • Kan 'zus' ook gebruikt worden voor een niet-bloedverwante relatie?
    Ja, 'zus' kan in sommige contexten ook verwijzen naar een hechte vriendin of een vrouwelijke persoon die aanvoelt als familie.
  • Hoe zeg je 'zus' in andere talen?
    'Zus' wordt in het Engels 'sister', in het Frans 'sœur' en in het Duits 'Schwester' genoemd.
  • Komt 'zus' vaak voor in spreekwoorden of gezegden?
    Nee, 'zus' komt niet vaak voor in Nederlandse spreekwoorden of gezegden.
  • Hoeveel zussen heeft de gemiddelde Nederlander?
    Het aantal zussen varieert per persoon en er is geen specifieke gemiddelde dat voor iedereen geldt.