aanwensel

Betekenis aanwensel

een slechte gewoonte of eigenschap die iemand heeft overgenomen.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met aanwensel

Het roken is een aanwensel dat hij van zijn vrienden heeft overgenomen.

Uitspraak (fonetisch)

ˈaanʋɛn.səl (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: aan-wen-sel

Synoniemen

  • gewoonte
  • manie
  • gebruik

Woorden die beginnen of eindigen met "aanwensel"

  • aanwenselen
  • aanwenselijk
  • aanaarden

Etymologie

Het woord komt van het Middelnederlandse 'wansel', wat duidde op een gewoonte of gebruik.

Veelgestelde vragen

  • Is aanwensel altijd negatief?
    Ja, het woord impliceert meestal een negatieve connotatie omdat het verwijst naar een slechte gewoonte.
  • Kan aanwensel ook positief gebruikt worden?
    In zeldzame gevallen kan het in een neutrale of positieve context worden gebruikt, maar dit is niet gebruikelijk.
  • Wat is het verschil tussen een aanwensel en een gewoonte?
    Een aanwensel heeft meestal een negatieve bijklank, terwijl een gewoonte neutraal of soms positief kan zijn.
  • Hoe gebruik je aanwensel in een zin?
    Je kunt het gebruiken als: 'Het veelvuldig uitstellen is een aanwensel dat hij moeilijk kan afleren.'
  • Waar komt het woord aanwensel vandaan?
    Het komt van het Middelnederlandse 'wansel', dat gebruikt werd voor een gewoonte of gebruik.