appeleren

Betekenis appeleren

Een beroep doen op een hogere macht of instantie, vaak in juridische context.

Woordsoort

werkwoord

Voorbeeldzin met appeleren

De advocaat besloot te appeleren tegen het vonnis van de rechtbank.

Uitspraak (fonetisch)

[ɑpəˈlerə(n)] (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: ap-pe-le-ren

Synoniemen

  • beroep aantekenen
  • in beroep gaan
  • hogerop zoeken

Woorden die beginnen of eindigen met "appeleren"

  • appel
  • appeleerde
  • appelerend

Etymologie

Afgeleid van het Latijnse 'appellare', wat 'roepen' of 'aanspreken' betekent.

Veelgestelde vragen

  • In welke context wordt 'appeleren' gebruikt?
    'Appeleren' wordt meestal gebruikt in juridische context wanneer men een eerdere beslissing wil aanvechten of herzien door een hogere instantie.
  • Wat is het verschil tussen 'appelleren' en 'hoger beroep'?
    'Appelleren' verwijst naar het proces van het in beroep gaan, terwijl 'hoger beroep' de feitelijke procedure of fase is waarin de zaak door een hogere rechtbank wordt beoordeeld.
  • Kan 'appeleren' ook buiten de juridische context gebruikt worden?
    Ja, 'appeleren' kan in bredere zin gebruikt worden om te verwijzen naar een beroep doen op iets of iemand, maar het is voornamelijk bekend in juridische kringen.
  • Is 'appeleren' hetzelfde als 'aanvechten'?
    Hoewel beide woorden te maken hebben met het betwisten van een beslissing, impliceert 'appeleren' een formele context waarbij er bij een hogere instantie een beroep wordt gedaan, terwijl 'aanvechten' breder gebruikt kan worden zonder een formeel proces.
  • Hoe vervoeg je het werkwoord 'appeleren'?
    Het werkwoord 'appeleren' wordt vervoegd als: ik appelleer, jij appeleert, hij/zij appeleren; verleden tijd: appelleerde; voltooid deelwoord: geappelleerd.