boosdoener

Betekenis boosdoener

iemand die iets kwadaardigs of laakbaars heeft gedaan; een schuldige of dader.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met boosdoener

De politie arresteerde de boosdoener die verantwoordelijk was voor de inbraak.

Uitspraak (fonetisch)

ˈboːsˌdunər (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: boos·doe·ner

Synoniemen

  • schuldige
  • dader
  • kwaaddoener

Woorden die beginnen of eindigen met "boosdoener"

  • boosdoenerij
  • boosdoeners

Etymologie

Afgeleid van 'boos' (oud Nederlands 'rim') wat 'kwaad' betekent, en 'doener', dat 'degene die iets doet' aanduidt.

Veelgestelde vragen

  • Wat betekent 'boosdoener'?
    'Boosdoener' betekent iemand die iets slechts of kwaad heeft gedaan.
  • Is 'boosdoener' positief of negatief?
    Het woord 'boosdoener' heeft een negatieve connotatie, omdat het verwijst naar iemand die slecht gedrag vertoont.
  • Kan 'boosdoener' ook in een juridische context worden gebruikt?
    Ja, 'boosdoener' kan in juridische contexten worden gebruikt om een dader of schuldige aan te duiden.
  • Wat is een synoniem voor 'boosdoener'?
    Enkele synoniemen voor 'boosdoener' zijn 'schuldige', 'dader' en 'kwaaddoener'.
  • Komt het woord 'boosdoener' vaak voor in de dagelijkse taal?
    Het woord 'boosdoener' wordt niet vaak in alledaagse gesprekken gebruikt, maar meestal in formele of schriftelijke contexten.