fair
Betekenis fair
Een evenement of markt waar verschillende verkopers hun goederen tentoonstellen en verkopen, of een schone en eerlijke behandeling van mensen of situaties.
Woordsoort
zelfstandig naamwoord / bijvoeglijk naamwoord
Voorbeeldzin met fair
De organisatie wil een fair organiseren om lokale producten te promoten.
Uitspraak (fonetisch)
[fɛr] (Wat is het fonetisch alfabet?)
Afbreekpatroon: fair (geen afbreking mogelijk)
Synoniemen
- beurs
- eerlijk
- markt
- billijk
- gerechtvaardigd
Woorden die beginnen of eindigen met "fair"
- fairtrade
- fairplay
- unfair
Etymologie
Afkomstig van het Engelse woord 'fair', oorspronkelijk van Oudengels 'fæger', wat mooi of eerlijk betekent.
Veelgestelde vragen
- Wat is de betekenis van 'fair' in het Nederlands?
Het kan verwijzen naar een markt of beurs, of naar een eerlijke en onpartijdige behandeling. - Hoe gebruik je 'fair' in een zin?
Bijvoorbeeld: 'Iedereen verdient een fair oordeel gebaseerd op feiten.' - Wat is het verschil tussen 'fair' en 'eerlijk'?
'Fair' en 'eerlijk' betekenen beiden rechtvaardig, maar 'fair' kan ook een evenement aanduiden. - Is 'fair' een Engels woord?
Ja, 'fair' komt oorspronkelijk uit het Engels en wordt in het Nederlands gebruikt. - Kun je 'fair' als bijvoeglijk naamwoord gebruiken?
Ja, 'fair' kan als bijvoeglijk naamwoord gebruikt worden om eerlijke en rechtvaardige acties of situaties te beschrijven.