kolonisten

Betekenis kolonisten

Mensen die zich in een nieuw gebied vestigen om daar een nederzetting te stichten en te wonen.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met kolonisten

De kolonisten bouwden hun huizen naast de rivier om toegang tot water te hebben.

Uitspraak (fonetisch)

ko-lo-nis-ten (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: ko-lo-nis-ten

Synoniemen

  • pioniers
  • settlers
  • nieuwkomers

Woorden die beginnen of eindigen met "kolonisten"

  • kolonist
  • koloniën
  • koloniaal

Etymologie

Afgeleid van het Latijnse 'colonus', wat 'boer' of 'pachter' betekent. Het verwijst naar iemand die land bewoont en bebouwt.

Veelgestelde vragen

  • Wat is het verschil tussen kolonisten en settlers?
    In het Nederlands zijn 'kolonisten' en 'settlers' vaak synoniemen. Beide termen verwijzen naar mensen die zich in een nieuw gebied vestigen. 'Settlers' is echter Engels en wordt soms gebruikt in een Engelse context.
  • Waar vestigden kolonisten zich vaak?
    Kolonisten vestigden zich vaak in gebieden met vruchtbare grond, nabij waterbronnen of strategische locaties om een nieuwe nederzetting op te bouwen.
  • Is kolonisten enkelvoud of meervoud?
    Kolonisten is de meervoudsvorm; de enkelvoudsvorm is 'kolonist'.
  • Wat deden kolonisten in de nederzettingen?
    Kolonisten werkten aan het opbouwen van infrastructuur, landbouw, handel en soms ook industrieën in de nieuwe nederzetting.
  • Zijn kolonisten altijd vreedzaam?
    Niet altijd. De nieuw vestiging kon soms leiden tot conflicten met inheemse bevolkingen, afhankelijk van historische context en omstandigheden.