looptijd

Betekenis looptijd

De periode waarin iets geldig, actief of van kracht is, zoals een contract, lening of verzekering.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met looptijd

De looptijd van de lening bedraagt tien jaar.

Uitspraak (fonetisch)

ˈloːptɛit (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: loop-tijd

Synoniemen

  • duurtijd
  • geldigheidsduur
  • periode

Woorden die beginnen of eindigen met "looptijd"

  • looptijdbepaling
  • looptijdverlenging
  • kredietlooptijd

Etymologie

Samenstelling van 'loop', afkomstig van het werkwoord 'lopen', en 'tijd', uit het Middelnederlands 'tijt', wat verwijst naar een periode of duur.

Veelgestelde vragen

  • Wat betekent looptijd in financiële termen?
    In financiële termen verwijst looptijd naar de periode tussen de start en vervaldatum van een financiële verplichting, zoals een lening of obligatie.
  • Kan de looptijd van een contract verlengd worden?
    Ja, de looptijd van een contract kan vaak verlengd worden in overleg met beide partijen en onder bepaalde voorwaarden.
  • Is de looptijd hetzelfde als de levensduur?
    Nee, de looptijd verwijst naar de duur van geldigheid van een contract of verplichting, terwijl levensduur vaak gebruikt wordt om de tijd te beschrijven dat een product functioneert voordat het vervangen moet worden.
  • Hoe beïnvloedt de looptijd de maandelijkse aflossingen van een lening?
    Een langere looptijd resulteert vaak in lagere maandelijkse aflossingen, maar kan leiden tot hogere totale rentekosten.
  • Wat is een gebruikelijke looptijd voor hypotheken?
    Een gebruikelijke looptijd voor hypotheken varieert van 20 tot 30 jaar, afhankelijk van de voorwaarden van de geldverstrekker en de voorkeuren van de lener.