oppervlak

Betekenis oppervlak

De buitenkant van een voorwerp of de bovenkant van een structuur, vaak gemeten in eenheden van oppervlakte.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met oppervlak

Het oppervlak van het meer glinsterde in het zonlicht.

Uitspraak (fonetisch)

ɔpərˌvlɑk (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: op-per-vlak

Synoniemen

  • buitenlaag
  • gezicht
  • schil

Woorden die beginnen of eindigen met "oppervlak"

  • oppervlakte
  • oppervlakkig
  • oppervlaktegrens

Etymologie

Afgeleid van het samengestelde woord 'opper', dat 'bovenste' betekent, en 'vlak', dat 'glad' betekent.

Veelgestelde vragen

  • Wat is het verschil tussen 'oppervlak' en 'oppervlakte'?
    'Oppervlak' verwijst vaak naar de buitenkant van een object, terwijl 'oppervlakte' meestal verwijst naar de meetbare grootte van het oppervlak in vierkante eenheden.
  • Hoe kan ik het oppervlak van een kubus berekenen?
    Het oppervlak van een kubus wordt berekend door de formule 6 * a², waarbij 'a' de lengte van een zijde van de kubus is.
  • Wat zijn enkele praktische toepassingen van het berekenen van een oppervlak?
    Praktische toepassingen zijn bijvoorbeeld het bepalen van de hoeveelheid verf die nodig is om een muur te schilderen, of het berekenen van het aantal tegels dat nodig is voor een vloer.
  • Is het woord 'oppervlak' hetzelfde in België en Nederland?
    Ja, het woord 'oppervlak' wordt in zowel België als Nederland op dezelfde manier gebruikt en heeft dezelfde betekenis.
  • Hoe spreek ik het woord 'oppervlak' correct uit?
    Het wordt uitgesproken als ɔpərˌvlɑk, met de klemtoon op de eerste lettergreep.