telefoneren

Betekenis telefoneren

het voeren van een gesprek via de telefoon

Woordsoort

werkwoord

Voorbeeldzin met telefoneren

Hij moest zijn moeder nog even telefoneren om haar het goede nieuws te vertellen.

Uitspraak (fonetisch)

te-le-fo-ne-ren (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: te-le-fo-ne-ren

Synoniemen

  • bellen
  • opbellen

Woorden die beginnen of eindigen met "telefoneren"

  • telefoon
  • telefoontje
  • telefonisch

Etymologie

Afgeleid van het Franse 'téléphoner', dat is samengesteld uit de Griekse woorden 'tele', wat 'ver' betekent, en 'phone', wat 'stem' of 'geluid' betekent.

Veelgestelde vragen

  • Wat is het verschil tussen 'telefoneren' en 'bellen'?
    'Telefoneren' en 'bellen' worden vaak door elkaar gebruikt en betekenen beide een gesprek voeren via de telefoon. 'Bellen' is echter informeler.
  • Hoe wordt 'telefoneren' vervoegd in de verleden tijd?
    In de verleden tijd wordt 'telefoneren' vervoegd als 'telefoneerde'.
  • Is 'telefoneren' een officieel woord in het Nederlands?
    Ja, 'telefoneren' is een officieel woord in het Nederlands en erkend door de Nederlandse taalnormen.
  • Kun je 'telefoneren' gebruiken in formele situaties?
    Ja, 'telefoneren' kan zowel in formele als informele situaties gebruikt worden.
  • Bestaat er een zelfstandig naamwoord afgeleid van 'telefoneren'?
    Ja, 'telefoneren' kan worden omgezet naar het zelfstandig naamwoord 'telefonatie'.