schepsel
Betekenis schepsel
Een levend wezen dat is geschapen, vooral gezien in een context van religieuze of filosofische oorsprong.
Woordsoort
zelfstandig naamwoord
Voorbeeldzin met schepsel
In veel religies wordt de mens als een schepsel van een hogere macht beschouwd.
Uitspraak (fonetisch)
ˈsxɛp.səl (Wat is het fonetisch alfabet?)
Afbreekpatroon: schep·sel
Synoniemen
- wezen
- creatuur
- levend wezen
Woorden die beginnen of eindigen met "schepsel"
- schepping
- schepper
- bergschepsel
Etymologie
Afgeleid van het Middelnederlandse 'schepsel', dat komt van het werkwoord 'scheppen', wat 'creëren' betekent.
Veelgestelde vragen
- Wat betekent 'schepsel' in religieuze context?
In religieuze context verwijst 'schepsel' meestal naar een wezen dat door een godheid is geschapen, zoals mensen of dieren. - Is 'schepsel' een negatief woord?
'Schepsel' is niet negatief, maar neutraal en beschrijft een levend wezen zonder bijbedoeling. - Wat is het meervoud van 'schepsel'?
Het meervoud van 'schepsel' is 'schepselen'. - Kan 'schepsel' ook planten aanduiden?
'Schepsel' wordt voornamelijk gebruikt voor dieren en mensen, niet voor planten. - Wat is het verschil tussen 'schepsel' en 'creatuur'?
'Schepsel' en 'creatuur' zijn synoniemen en betekenen beide een levend wezen, maar 'creatuur' kan ook een iets formelere of ouderwetse bijklank hebben.