truukje

Betekenis truukje

Een handigheidje of foefje dat wordt gebruikt om iets op een slimme of ongebruikelijke manier te doen.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met truukje

Hij gebruikte een klein truukje om de code sneller te kraken.

Uitspraak (fonetisch)

/ˈtrɥkyə/ (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: truuk-je

Synoniemen

  • foefje
  • kunstje
  • handigheidje

Woorden die beginnen of eindigen met "truukje"

  • truuk
  • truukjes
  • truukachtig

Etymologie

Afgeleid van het Nederlandse woord 'truc', dat op zijn beurt afkomstig is van het Franse 'truc', wat 'foefje' of 'list' betekent.

Veelgestelde vragen

  • Wat is het verschil tussen een 'truukje' en een 'truc'?
    'Truukje' is een verkleinwoord van 'truc' en duidt vaak op een kleine, minder belangrijke of subtiele handigheid.
  • Hoe gebruik je het woord 'truukje' in een zin?
    Je kunt 'truukje' gebruiken in een zin als: 'Hij ontdekte een handig truukje om de puzzel sneller op te lossen.'
  • Komt 'truukje' vaak voor in de Nederlandse taal?
    'Truukje' is minder formeel en wordt vaker in informele contexten gebruikt dan het woord 'truc'.
  • Zijn er regionale variaties in het gebruik van 'truukje'?
    Ja, sommige dialecten of regio's in Nederland kunnen andere varianten gebruiken, zoals 'foefje'.
  • Heeft 'truukje' een negatieve of positieve connotatie?
    Afhankelijk van de context kan 'truukje' zowel positief (voor slimme oplossingen) als negatief (voor valsspelen) worden opgevat.