tuig
Betekenis tuig
Een verzameling van materialen die samen een geheel vormen voor een specifiek doel, zoals zeilen en touwen aan boord van een schip. Het kan ook verwijzen naar asociaal gedrag of zelfs mensen die zich asociaal gedragen.
Woordsoort
zelfstandig naamwoord
Voorbeeldzin met tuig
Het schip was uitgerust met stevig tuig, zodat het de storm kon weerstaan.
Uitspraak (fonetisch)
tœyɣ (Wat is het fonetisch alfabet?)
Afbreekpatroon: tuig (geen afbreking mogelijk)
Synoniemen
- uitrusting
- materieel
- bende
Woorden die beginnen of eindigen met "tuig"
- tuigage
- tuiger
- bedrijfsuitrusting
Etymologie
Het woord 'tuig' is afkomstig uit het Middelnederlands 'tuuc', dat was afgeleid van het Oudnoordse 'taugi', wat 'gerei' of 'uitrusting' betekent.
Veelgestelde vragen
- Wat betekent 'tuig' in de scheepvaart?
'Tuig' in de scheepvaart verwijst naar het geheel van zeilen, staan- en lopend want, en andere benodigdheden om het schip te zeilen. - Hoe kan 'tuig' verwijzen naar mensen?
'Tuig' kan pejoratief gebruikt worden om een groep mensen te beschrijven die zich asociaal of crimineel gedragen. - Wat is een ander woord voor 'tuig' als het om gereedschap gaat?
Een ander woord voor 'tuig' in de context van gereedschap is 'uitrusting' of 'materieel'. - Komt het woord 'tuig' alleen in Nederland voor?
Nee, 'tuig' wordt ook in het Vlaams gebruikt en in variërende vormen in verschillende Germaanse talen. - Hoe wordt 'tuig' gebruikt in het dagelijks taalgebruik?
'Tuig' kan in het dagelijks taalgebruik ook verwijs naar een groep mensen die zich misdragen of een negatieve invloed hebben op hun omgeving.