vulling

Betekenis vulling

Materiaal dat wordt gebruikt om iets op te vullen of te vullen, zoals bij meubelstukken, tanden of voedsel.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met vulling

De tandarts plaatste een vulling in de kies van de patiënt.

Uitspraak (fonetisch)

/ˈvʏl.ɪŋ/ (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: vul·ling

Synoniemen

  • opvulling
  • materiaal
  • vulmiddel

Woorden die beginnen of eindigen met "vulling"

  • vulmiddel
  • aanvulling
  • opvulling

Etymologie

De herkomst van het woord 'vulling' is afgeleid van het werkwoord 'vullen', dat in het Nederlands stamt uit het Oudnederlands 'fullen', verwant aan het Engelse 'fill'.

Veelgestelde vragen

  • Wat is de betekenis van 'vulling' in de context van tandheelkunde?
    In de tandheelkunde verwijst 'vulling' naar het materiaal dat wordt gebruikt om een holte in een tand te vullen om verder bederf te voorkomen.
  • Welke materialen worden vaak gebruikt als vulling in tandheelkunde?
    Veelgebruikte materialen zijn composiet, amalgaam, goud en porselein.
  • Kan een vulling slijten of loskomen?
    Ja, vullingen kunnen na verloop van tijd slijten, breken of loskomen door normaal gebruik en slijtage van de tanden.
  • Wat is het verschil tussen een tijdelijke en een permanente vulling?
    Een tijdelijke vulling wordt gebruikt als een voorlopige maatregel totdat een permanente vulling wordt geplaatst. Permanente vullingen zijn bedoeld voor langdurig gebruik.
  • Hoe lang gaat een tandvulling meestal mee?
    De levensduur van een vulling varieert, maar composietvullingen kunnen doorgaans 5 tot 7 jaar meegaan, terwijl amalgaamvullingen vaak 10 tot 15 jaar meegaan.