donderdag

Betekenis donderdag

De vierde dag van de week, na woensdag en voor vrijdag.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met donderdag

We hebben de vergadering verplaatst naar donderdag.

Uitspraak (fonetisch)

ˈdɔndərˌdɑx (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: don·der·dag

Synoniemen

  • -

Woorden die beginnen of eindigen met "donderdag"

  • donderdagavond
  • donderdagochtend
  • donderdagmiddag

Etymologie

Afkomstig van het Oudnederlandse 'thunresdag', dat verwijst naar de dag gewijd aan de Germaanse god Donar (Thor).

Veelgestelde vragen

  • Waarom wordt donderdag zo genoemd?
    Donderdag is vernoemd naar de Germaanse god Donar, ook bekend als Thor, de god van de donder.
  • Welke dag komt na donderdag?
    Na donderdag komt vrijdag.
  • Is donderdag een werkdag?
    Ja, donderdag is doorgaans een werkdag in de meeste westerse landen.
  • Hoe zeg je donderdag in het Engels?
    Donderdag wordt in het Engels 'Thursday' genoemd.
  • Wat is de afkorting voor donderdag?
    Een veelgebruikte afkorting voor donderdag is 'don.' of 'do.'.