magi

Betekenis magi

De wijzen die volgens de christelijke traditie het kindje Jezus na zijn geboorte bezochten, vaak aangeduid als de Drie Wijzen uit het Oosten.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met magi

Volgens het kerstverhaal brachten de magi goud, wierook en mirre als geschenken.

Uitspraak (fonetisch)

ma-gi (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: ma-gi

Synoniemen

  • wijzen
  • sterrenkijkers
  • astrologen

Woorden die beginnen of eindigen met "magi"

  • magiër
  • magisch
  • magie

Etymologie

Komt van het Latijnse 'magi' en het Oudgriekse 'μάγοι', die stammen van het Oud-Perzische 'maguš', wat priester betekent.

Veelgestelde vragen

  • Wat brachten de magi mee als geschenk?
    De magi brachten goud, wierook en mirre mee.
  • Hoeveel magi waren er volgens de traditie?
    Volgens de traditie waren er drie magi.
  • Wat was de rol van de ster bij de magi?
    De ster leidde de magi naar de plaats waar Jezus geboren was.
  • Waar kwamen de magi vandaan volgens de overlevering?
    Volgens de overlevering kwamen de magi uit het Oosten.
  • Waarom worden de magi ook wel de Drie Koningen genoemd?
    Ze worden Drie Koningen genoemd omdat ze als koninklijke wijzen werden beschouwd die geschenken brachten aan een koningskind.