monocle
Betekenis monocle
Een enkelvoudige bril voor één oog, meestal gedragen om stijl of als visuele hulp.
Woordsoort
zelfstandig naamwoord
Voorbeeldzin met monocle
De oudere man keek streng door zijn monocle terwijl hij de krant las.
Uitspraak (fonetisch)
mo-no-kle (Wat is het fonetisch alfabet?)
Afbreekpatroon: mo-no-cle
Synoniemen
- oogglas
- kijkglas
Woorden die beginnen of eindigen met "monocle"
- monocletijd
- monocledrager
Etymologie
Afgeleid van het Latijnse 'monoculus', wat 'één oog' betekent, samengesteld uit 'mono-' (één) en 'oculus' (oog).
Veelgestelde vragen
- Wat is het verschil tussen een monocle en een bril?
Een monocle is een enkel glas voor één oog, terwijl een bril twee glazen heeft en beide ogen bedekt. - Waarvoor werd een monocle vroeger gebruikt?
Een monocle werd vroeger vooral door welgestelde mannen als stijlicoon gedragen en ook als hulpmiddel om beter te zien. - Is een monocle nog steeds in gebruik?
Hoewel tegenwoordig zeldzaam, worden monocles soms nog als stijlaccessoire of historische rekwisiet gebruikt. - Hoe houdt iemand een monocle op zijn plaats?
Een monocle wordt op zijn plaats gehouden door de spieren rondom het oog en de wenkbrauwen samen te knijpen. - Worden monocles nog steeds op sterkte gemaakt?
Ja, hoewel ongebruikelijk, kunnen monocles op sterkte worden gemaakt voor mensen die een correctie nodig hebben voor slechts één oog.