pips

Betekenis pips

Een gevoel van lichte ziekte of ongemak, vaak gebruikt om een gevoel van slapheid of vermoeidheid aan te duiden.

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met pips

Na een lange dag voelde hij zich nogal pips en futloos.

Uitspraak (fonetisch)

/pɪps/ (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: pips (geen afbreking mogelijk)

Synoniemen

  • lusteloosheid
  • slapheid
  • zwakte

Woorden die beginnen of eindigen met "pips"

  • pipsvogel
  • pipsheid
  • pipsgevoel

Etymologie

Afgeleid van het Engelse woord 'pip', dat oorspronkelijk verwijst naar een ziekte bij vogels.

Veelgestelde vragen

  • Wat betekent het om je pips te voelen?
    Als je je pips voelt, voel je je lichtelijk ziek of vermoeid.
  • Is 'pips' een formele term?
    'Pips' is niet erg formeel en wordt vaak gebruikt in informele gesprekken om een licht gevoel van ongemak aan te duiden.
  • Kan 'pips' ook bij dieren worden gebruikt?
    Ja, oorspronkelijk werd de term 'pips' gebruikt om een ziekte bij vogels te beschrijven.
  • Hoe verschilt 'pips' van het woord 'ziek'?
    'Pips' duidt vaak op een mildere vorm van ziek zijn of een tijdelijk ongemak, terwijl 'ziek' ernstiger kan zijn.
  • Kun je 'pips' gebruiken in een medische context?
    In een medische context zou de term eerder als informeel worden beschouwd.