schelen
Betekenis schelen
Een verschil maken; variëren; iets uitmaken.
Woordsoort
werkwoord
Voorbeeldzin met schelen
Het scheelt veel dat we op tijd vertrokken zijn, anders hadden we de trein gemist.
Uitspraak (fonetisch)
/ˈsxelə(n)/ (Wat is het fonetisch alfabet?)
Afbreekpatroon: sche-len
Synoniemen
- verschillen
- uitmaken
- varieren
Woorden die beginnen of eindigen met "schelen"
- verschelen
- aanschelen
- beschermeling
Etymologie
Afkomstig uit het Middelnederlands 'schelen', gerelateerd aan Oudhoogduits 'skelan' en Oudengels 'sceallian', met de betekenis van 'uit elkaar gaan, scheiden'.
Veelgestelde vragen
- Wat is een synoniem voor 'schelen'?
Een synoniem voor 'schelen' is 'verschillen'. - Hoe gebruik je 'schelen' in een zin?
Je kunt 'schelen' gebruiken in een zin als: 'Het scheelt veel dat we op tijd vertrokken zijn, anders hadden we de trein gemist.' - Is 'schelen' een regelmatig werkwoord?
Ja, 'schelen' is een regelmatig werkwoord. - Wat is de herkomst van het woord 'schelen'?
Het woord 'schelen' stamt af van het Middelnederlands 'schelen', gerelateerd aan Oudhoogduits 'skelan' en Oudengels 'sceallian'. - Wat betekent 'Het kan me niet schelen'?
De uitdrukking 'Het kan me niet schelen' betekent dat iets iemand niets uitmaakt of niet belangrijk voor die persoon is.