bedeesdheid

Betekenis bedeesdheid

een eigenschap van iemand die verlegen, schuchter of voorzichtig is in gedrag of spraak

Woordsoort

zelfstandig naamwoord

Voorbeeldzin met bedeesdheid

Haar bedeesdheid maakte het moeilijk voor haar om in grote groepen te spreken.

Uitspraak (fonetisch)

bəˈdes.tɦɛit (Wat is het fonetisch alfabet?)

Afbreekpatroon: be-deesd-heid

Synoniemen

  • verlegenheid
  • schuchterheid
  • gereserveerdheid

Woorden die beginnen of eindigen met "bedeesdheid"

  • bedeesd
  • bedeesde
  • bedeesder

Etymologie

Afgeleid van het Middelnederlandse 'bedisent', wat verwant is aan 'beduusd'.

Veelgestelde vragen

  • Wat is het verschil tussen bedeesdheid en verlegenheid?
    Bedeesdheid en verlegenheid worden vaak door elkaar gebruikt, maar bedeesdheid kan ook een zekere voorzichtigheid of gereserveerdheid impliceren, terwijl verlegenheid specifiek verwijst naar het ongemak in sociale situaties.
  • Is bedeesdheid een positieve of negatieve eigenschap?
    Bedeesdheid kan neutraal worden gezien; het kan als positief worden beschouwd in situaties waar voorzichtigheid gepast is, maar als negatief wanneer zelfvertrouwen nodig is.
  • Hoe kan iemand zijn bedeesdheid overwinnen?
    Door zelfvertrouwen op te bouwen, veel te oefenen in sociale situaties, en eventueel begeleiding te zoeken zoals coaching of therapie.
  • Komt bedeesdheid vaak voor bij kinderen?
    Ja, bedeesdheid komt vaak voor bij kinderen, vooral in nieuwe of onbekende situaties.
  • Welke beroepen kunnen voordeel hebben van een zekere bedeesdheid?
    Beroepen waarbij voorzichtigheid, grondigheid en luisteren belangrijk zijn, zoals accountant, onderzoeker of therapeut.